European School Guide
Verhalen van het schoolplein

Periode: Vroege herfst, Grade 103 min lezenGepubliceerd:

Drie dagen op een oude platbodem, en het matras won

De International School of Amsterdam stuurt Grade 10 het water op met platbodems en noemt het de Challenge Trip. Eén leerling vond de uitdaging pas toen het donker werd.

Verbeelde zeilboot.
Illustratie

De International School of Amsterdam noemt het de Challenge Trip. Grade 10 brengt drie dagen door op oude platbodems, met een schipper en een maat, en komt veranderd terug. Een leerling schreef er een stuk over voor de schoolkrant, en de uitdaging bleek uiteindelijk het slapengaan.

Hier is de reis zoals hij hem beschreef, in cijfers.

Drie dagen. De eerste bestond vooral uit zitten. De boot ging zo snel als een fietser die ergens over nadenkt, zijn klas lag op het kajuitdak te kaarten, en af en toe riep de maat dat iemand aan een touw moest trekken, en dan trokken er zes.

Drie kookploegen, één kombuis. Elke ploeg verzorgde één maaltijd in een keuken zo groot als een kledingkast. Zijn ploeg maakte pasta. De pasta was prima. Over de saus liepen de meningen uiteen, en luid.

Eén supermarkt op een eiland. De klas werd erop losgelaten, besloot dat chips en energiedrankjes de eerste levensbehoeften waren, en sloeg in als een klein leger dat zich voorbereidt op een heel korte oorlog.

Eén douche. Omdraaien zat er niet in.

Een hoop kooien, laag, smal en warm, in een houten ruimte met het grootste deel van een klas erin. Hij lag zwetend wakker terwijl iemand aan iemand die het niet wilde leren poker uitlegde. Hij was de zee op gestuurd om uitgedaagd te worden, en wat hem versloeg was een matras.

Eén strand, naast de haven van het tweede eiland. Het water was te koud om fatsoenlijk te zwemmen, dus zwommen ze onfatsoenlijk. Bij zonsondergang maakten de leraren en de bemanningen een vuur en zat de hele jaargroep eromheen te zingen, uitvoerig. Volgens hem was het de beste avond van de reis.

Eén laatste dag echt zeilen, met wind, en de boot die schuin ging en schuin bleef.

Twee zomers geleden boekte ik mijn eigen gezin een zeilweekend in Friesland, op de theorie dat tegenspoed verbindt. De oudste verbrandde, de middelste werd zeeziek in de haven, de jongste weigerde het toilet om principiële redenen, en mijn man bracht beide nachten door in een kooi die twaalf centimeter korter was dan hij, met zijn voeten in de kombuis.

Wij zongen niet rond een vuur. Wij maakten ruzie rond een gaspitje over wiens idee het was geweest.

Toen ik mijn man achteraf vroeg wat het zwaarste van het weekend was geweest, dacht hij lang na en zei: „Jij.” Het antwoord van Grade 10 was beter. De touwen, het koken en het zingen waren allemaal prima. De uitdaging was slapen. Een maand later miste hij de boot nog steeds.

Over dit verhaal: scènes en dialogen zijn verzonnen of vrij naverteld. Gegevens over de genoemde scholen komen uit gepubliceerde bronnen, waarnaar onze schoolprofielen verwijzen.